GRATIS VERZENDING BIJ BESTELLINGEN BOVEN €50
Onderzoekers van Maastricht University onderzochten of één dosis psilocybine invloed heeft op ontstekingsprocessen in het lichaam van gezonde mensen. Daarvoor keken zij naar verschillende ontstekingsmarkers in het bloed: stoffen die iets kunnen zeggen over de activiteit van het immuunsysteem. Ongeveer 80 minuten na inname was TNF-α lager bij deelnemers die psilocybine hadden gekregen. Zeven dagen later waren twee andere markers, IL-6 en CRP, lager dan in de placebogroep.
Dat betekent niet automatisch dat psilocybine “ontstekingsremmend” is of het immuunsysteem verbetert. Het laat wel zien dat één dosis samenhing met meetbare veranderingen in een aantal stoffen die betrokken zijn bij ontstekingsprocessen.
De studie was placebogecontroleerd en werd in 2023 gepubliceerd in Brain, Behavior, and Immunity.
Referentie: Mason, N.L., Szabo, A., Kuypers, K.P.C., et al. (2023). Psilocybin induces acute and persisting alterations in immune status in healthy volunteers: An experimental, placebo-controlled study. Brain, Behavior, and Immunity, 114, 299–310.
Ontsteking klinkt vaak als iets negatiefs, maar dat is niet per definitie zo. Een ontstekingsreactie is een normaal en noodzakelijk onderdeel van het immuunsysteem. Wanneer je bijvoorbeeld een infectie hebt of een wond oploopt, helpt ontsteking je lichaam om daarop te reageren en te herstellen.
Interessant wordt het wanneer ontstekingsprocessen langdurig actief blijven. Onderzoek laat zien dat bij sommige psychiatrische aandoeningen, waaronder depressie, gemiddeld hogere concentraties van bepaalde ontstekingsmarkers worden gevonden. Stoffen zoals CRP, IL-6 en TNF-α worden daarom steeds vaker onderzocht in relatie tot mentale gezondheid.
Tegelijkertijd wordt onderzocht of psilocybine mogelijk effect kan hebben bij onder andere depressieve klachten. De onderzoekers uit Maastricht wilden daarom weten of veranderingen in het immuunsysteem mogelijk één van de biologische processen zijn die na psilocybine optreden. Belangrijk: hiermee onderzochten zij geen behandeling tegen ontstekingen. En omdat de deelnemers gezond waren, kunnen de resultaten ook niet rechtstreeks worden vertaald naar mensen met depressie of chronische ontstekingsklachten.
Aan het onderzoek deden 60 gezonde deelnemers mee. De ene groep kreeg psilocybine, de andere groep een placebo. De psilocybinegroep kreeg een eenmalige dosis van:
Dat is een psychoactieve, psychedelische dosis en nadrukkelijk geen microdose.
De onderzoekers namen op verschillende momenten bloed af:
In het bloed werden vijf stoffen onderzocht die betrokken zijn bij ontstekingsprocessen:
Daarnaast onderzochten de wetenschappers stemming en sociaal functioneren. Bij een deel van de deelnemers werd zeven dagen later ook gekeken hoe hun lichaam reageerde op een psychosociale stresstest.
Ongeveer 80 minuten na het innemen van psilocybine was TNF-α lager dan vóór de inname en in vergelijking met placebo. De andere onderzochte ontstekingsmarkers lieten op dat moment geen vergelijkbare duidelijke daling zien. Het effect trad dus niet bij alle gemeten stoffen tegelijk op.
Bij de meting zeven dagen later was TNF-α weer terug richting het oorspronkelijke niveau. Op dat moment zagen de onderzoekers juist lagere waarden van IL-6 en CRP bij de deelnemers die psilocybine hadden gekregen. Dat is interessant omdat het suggereert dat veranderingen in sommige immuunmarkers langer kunnen aanhouden dan de psychedelische ervaring zelf. Maar één meting na zeven dagen vertelt nog niet hoe lang zo’n verandering precies blijft bestaan of wat de praktische betekenis ervan is.
Lager is niet automatisch beter, want je hebt ontstekingsreacties nodig om gezond te functioneren. TNF-α en IL-6 zijn bijvoorbeeld niet simpelweg slechte stoffen. Ze vervullen allerlei nuttige functies in het immuunsysteem. Langdurig verhoogde ontstekingsactiviteit kan wel ongunstig zijn en wordt onderzocht in relatie tot verschillende lichamelijke en psychische aandoeningen. Maar daarvoor moet je onderscheid maken tussen: een tijdelijke verandering in één bloedwaarde en een structurele afname van schadelijke, chronische ontsteking. Deze studie toont het eerste en niet het tweede. We weten op basis van dit onderzoek dus niet of deelnemers gezonder werden doordat bepaalde waarden daalden.
De onderzoekers zagen iets opvallends: deelnemers bij wie IL-6 en CRP na zeven dagen sterker waren afgenomen, rapporteerden gemiddeld ook positievere veranderingen in stemming en sociaal functioneren. Dat is interessant, en vraagt om meer onderzoek omdat het niet direct bewijst dat dit een oorzaak en gevolg is. Het kan bijvoorbeeld zijn dat:
Uit deze studie kunnen we dus niet zeggen:
“Minder ontsteking zorgde voor een betere stemming.” We kunnen alleen zeggen dat de twee veranderingen met elkaar samenhingen.
Tijdens het onderzoek werd met MR-spectroscopie gekeken naar glutamaat in de hippocampus. Glutamaat is één van de belangrijkste signaalstoffen in de hersenen. De hippocampus is een hersengebied dat onder andere betrokken is bij geheugen, emoties en de verwerking van ervaringen.
De acute daling van TNF-α hing samen met veranderingen in glutamaat in de hippocampus. Ook hier gaat het om een samenhang. De onderzoekers kunnen op basis hiervan niet vaststellen dat het één het ander veroorzaakte. Het interessante is vooral dat de studie tegelijkertijd veranderingen onderzocht in:
Dat helpt onderzoekers om mogelijke biologische mechanismen achter psilocybine verder in kaart te brengen.
Zeven dagen na de psilocybine-ervaring onderging een deel van de deelnemers een psychosociale stresstest. Daarbij vonden de onderzoekers geen significant verschil tussen de psilocybinegroep en de placebogroep in de reactie op deze stressor. Dat is relevant, omdat een eerdere versie van het onderzoek — voordat het definitief wetenschappelijk was beoordeeld en gepubliceerd — sterkere conclusies bevatte over een verminderde cortisolrespons.
In de uiteindelijk gepubliceerde studie wordt dat effect niet bevestigd. Wanneer je online samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek leest, is het daarom altijd belangrijk om te kijken of er wordt verwezen naar een voorlopige versie of naar de definitieve, peer-reviewed publicatie.
Dit is misschien wel het belangrijkste deel van het onderzoek. Dit was geen onderzoek naar microdosing, maar alleen naar hetzelfde product, truffels. De deelnemers kregen ongeveer 0,17 milligram psilocybine per kilogram lichaamsgewicht. Dat is een psychedelische dosis waarbij duidelijke subjectieve effecten optreden. Een microdose ligt aanzienlijk lager en is juist bedoeld om geen volledige psychedelische ervaring te veroorzaken. Je kunt daarom niet aannemen dat een microdose hetzelfde effect heeft, alleen in kleinere mate. Biologische effecten verlopen niet altijd lineair met de dosis. Dit onderzoek laat dus niet zien dat microdosing IL-6, CRP of TNF-α verlaagt.
Het immuunsysteem is geen volumeknop die simpelweg lager moet staan. Soms wil je juist een sterke ontstekingsreactie, bijvoorbeeld bij een infectie. Een verandering in een paar ontstekingsmarkers zegt daarom niet automatisch dat iemand een sterker, beter of gezonder immuunsysteem heeft gekregen. Daarvoor zou onderzoek naar concrete gezondheidsuitkomsten nodig zijn.
De deelnemers hadden geen depressie, auto-immuunziekte of andere aandoening waarvoor ontstekingswaarden behandeld moesten worden. De studie vertelt daarom niet wat psilocybine doet bij mensen die al verhoogde ontstekingswaarden hebben. En ook niet of een eventuele verandering in ontstekingsmarkers klinisch relevant is.
De daling van IL-6 en CRP hing samen met positievere veranderingen in stemming. Maar daarmee weten we niet of: de ontstekingsverandering de psychologische verandering veroorzaakte. Dat vereist ander onderzoek.
Wetenschappelijke bevindingen worden betrouwbaarder wanneer verschillende onderzoeksgroepen hetzelfde effect opnieuw vinden. Voor deze specifieke bevindingen is nog weinig replicatieonderzoek beschikbaar. En ander onderzoek naar psilocybine en het immuunsysteem laat niet exact hetzelfde patroon zien.
De studie van Mason en collega’s staat niet op zichzelf. Andere onderzoeken laten zien waarom het nog te vroeg is om te zeggen dat psilocybine ontstekingsremmend werkt. Een kleinere menselijke studie vond bijvoorbeeld geen significante veranderingen in verschillende ontstekingsmarkers een dag na een eenmalige dosis psilocybine.
Een andere analyse combineerde gegevens van 91 deelnemers uit drie klinische studies. Daar werd binnen één week na psilocybine juist een tijdelijke verhoging van IL-8 gevonden in de gecombineerde gegevens. Wanneer de afzonderlijke onderzoeken apart werden bekeken, waren die veranderingen niet significant.
Preklinisch onderzoek, bijvoorbeeld in cellen en dieren, suggereert bovendien dat het effect mogelijk afhangt van de omstandigheden. Een immuunsysteem dat al actief ontstoken is, kan anders reageren dan het immuunsysteem van een gezond persoon.
Het beeld is dus nog niet: psilocybine verlaagt ontsteking. Eerder: psilocybine lijkt interactie te hebben met processen binnen het immuunsysteem, maar hoe, wanneer en bij wie is nog onvoldoende duidelijk.”
Omdat psilocybineonderzoek vaak vooral kijkt naar wat mensen ervaren: veranderingen in stemming, perceptie, emoties of gedrag. Deze studie laat zien dat onderzoekers daarnaast steeds meer proberen te begrijpen wat er tegelijkertijd biologisch in het lichaam gebeurt.
Het opvallende resultaat is dat één psychedelische dosis niet alleen tijdens de ervaring samenhing met een verandering in TNF-α, maar dat zeven dagen later ook verschillen werden gevonden in IL-6 en CRP. Dat maakt het een interessante aanwijzing voor vervolgonderzoek. Maar nog geen bewijs dat psilocybine ontstekingsziekten behandelt, en geen bewijs dat microdosing het immuunsysteem verbetert.
Op dit moment vooral dat er nog een belangrijke vraag openstaat. Als een psychedelische dosis psilocybine invloed kan hebben op bepaalde immuunmarkers: gebeurt er dan ook iets bij veel lagere, herhaalde doses? Dat is wetenschappelijk interessant, maar deze studie geeft daar geen antwoord op. Om dat goed te onderzoeken zouden deelnemers bijvoorbeeld gedurende een microdosingprotocol gevolgd moeten worden, waarbij vóór, tijdens en na het protocol ontstekingsmarkers worden gemeten en worden vergeleken met placebo. Zolang dat onderzoek er niet is, kunnen we de resultaten van deze studie niet vertalen naar microdosing.
Onderzoek naar psychedelica en het immuunsysteem staat nog relatief aan het begin. Er zijn aanwijzingen dat psilocybine en andere psychedelica immuunprocessen kunnen beïnvloeden, maar studies verschillen in dosis, onderzoeksopzet, deelnemers en uitkomst.
Sommige studies vinden een daling van bepaalde markers. Andere vinden geen verandering. En weer andere vinden tijdelijk juist een verhoging. Dat is niet vreemd in een jong onderzoeksveld. Het betekent vooral dat er meer en grotere studies nodig zijn voordat er stevige conclusies kunnen worden getrokken.
Wil je het volledige beeld bekijken, inclusief onderzoeken die geen daling of juist een stijging van bepaalde ontstekingsmarkers vonden? Lees dan ons volledige overzicht van onderzoek naar psilocybine, ontstekingsprocessen en het immuunsysteem.
Dit artikel is uitsluitend informatief en is geen medisch advies. Psilocybine of microdosing is geen bewezen behandeling voor ontstekingsklachten, auto-immuunziekten, depressie of andere aandoeningen. Heb je gezondheidsklachten, gebruik je medicatie of heb je een medische aandoening? Bespreek dit dan met je huisarts of behandelend arts.