GRATIS VERZENDING BIJ BESTELLINGEN BOVEN €50
Microdosing met psilocybine krijgt steeds meer aandacht. Maar wat laat gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek nu echt zien? Een promotieonderzoek uitgevoerd aan McMaster University door Rotem Petranker is een van de meer rigoureuze pogingen om die vraag te beantwoorden. In plaats van alleen zelfrapportages te gebruiken, werd in dit onderzoek gewerkt met een dubbelblind, gerandomiseerd en placebo-gecontroleerd design over een periode van acht weken. Dit is de standaard binnen klinisch onderzoek. De uitkomsten zijn genuanceerd. We nemen je mee.
Deelnemers met een depressieve stoornis (MDD) kregen:
In de eerste fase wist niemand wie welke stof kreeg. In een latere fase konden deelnemers overstappen. Dit type opzet maakt het mogelijk om verwachtingen (placebo-effect) te onderscheiden van daadwerkelijke effecten.
Op standaard meetinstrumenten voor depressie (zoals PHQ-9 en QIDS) werd geen significant verschil gevonden tussen de psilocybinegroep en de placebogroep. Beide groepen lieten verbetering zien. Dit wijst mogelijk op een sterk placebo-effect of het effect van deelname aan een gestructureerde studie In elk geval nuanceert het het idee dat microdosing een directe behandeling is voor depressieve klachten.
Dit is waar wel verschil zichtbaar werd. De groep die psilocybine kreeg, liet zien:
Dat is een subtieler effect , maar mogelijk een relevanter effect. Niet per se “je beter voelen”, maar anders functioneren binnen hoe je je voelt.
De onderzoekers verklaren deze bevindingen deels vanuit het ACT-model (Acceptance and Commitment Therapy). Microdosing lijkt mogelijk bij te dragen aan:
De verschuiving zit dus niet in het wegnemen van gevoelens, maar in de relatie die je ermee hebt.
Veel mensen microdoseren voor creativiteit. In dit onderzoek werd dat getest met objectieve taken zoals:
Hoewel deelnemers vaak aangaven zich creatiever te voelen, waren objectieve verbeteringen minder duidelijk en nog onderwerp van verdere analyse. Dat laat iets belangrijks zien: wat je ervaart, verandert soms eerder dan wat je kunt meten.
Een interessant inzicht uit dit onderzoek is dat het klassieke beeld van een microdose mogelijk niet helemaal klopt. Vaak wordt een microdose omschreven als “sub-perceptueel”, dus niet merkbaar. In de praktijk konden veel deelnemers echter goed inschatten wanneer ze psilocybine kregen, omdat ze zich subtiel anders voelden.
Tegelijkertijd bleek uit testen dat:
Een meer passende definitie zou kunnen zijn: Niet “onmerkbaar”, maar “niet-belemmerend”.
De conclusie van dit onderzoek is niet zwart-wit. Microdosing lijkt geen directe behandeling voor depressie, maar kan mogelijk wel invloed hebben op angst en levenskwaliteit. En kan bijdragen aan een andere manier van omgaan met dagelijkse ervaringen.
Bij Fungki sluit dit aan bij hoe wij ernaar kijken: Niet als snelle oplossing, maar als onderdeel van een systeem. Het protocol brengt structuur. De truffels brengen beweging.
Dit onderzoek voegt iets belangrijks toe aan het gesprek. Microdosing is geen magische oplossing,
maar mogelijk wel een subtiele hefboom. Niet per se om direct anders te voelen, maar om anders om te gaan met wat er al is. En juist in die verschuiving kunnen kleine veranderingen zich opstapelen.
Wil je dieper in de methodologie en resultaten duiken? Bekijk dan het volledige onderzoek: Petranker Rotem 2025 – MICRODOSING PSILOCYBIN OVER EIGHT WEEKS